Harde jongens die Polen

Harde jongens die Polen

Bogusław Pazur (bridgeschool Władysław Izdebski via Google)
Warschau (Polen), 9 oktober 2019. Het afgelopen weekend speelden Rob Helle & Ed Hoogenkamp het eerste weekend van de Poolse meesterklasse. Het zijn en blijven harde jongens, die Polen; er worden van vrijdag tot zondag acht wedstrijden van 24 spellen gespeeld. Aanvang is om 10:00 uur, 15:00 uur en 19:00 uur; je bent op vrijdag en zaterdag pas rond elven klaar. Op zondag begint het om 9:00 uur en spelen ze maar twee potjes, zodat iedereen tijdig naar huis kan. Voor veel mensen is het vier à vijf uur rijden, ook voor Rob en Ed: iets meer dan 400 km; het is een groot land. Hieronder Rob Helle zelf aan het woord:

Ontzettend mooi spelletje

De laatste wedstrijd van het weekend spelen we tegen TB Silesia i Gliwice, dat op dat moment met 96,5 uit zeven oftewel bijna 14 gemiddeld al 10 winstpunten voorstaat op de nummer twee. Bij ons aan tafel verschijnen de heren Bogusław Pazur en Marek Wójcicki. Pazur is een befaamd theoreticus1 en Wójcicki is de coach/trainer van de Poolse vrouwen en open teams. Ze staan bovenaan in de butler en ze zijn overduidelijk in vorm.

De start van noord (Wójcicki) is ♠J voor heer en aas; ik gooi de 6. Zuid (Pazur) zit wat te denken en speelt schoppen door: 5, 9, 10, getroefd. De heren starten en signaleren typisch Pools: tweede/vierde, laag-hoog aan of even.

Eerste analyse: Ik heb een zekere schoppen‑ en klaverenverliezer, en misschien een ruiten of een tweede klaveren. Anders bekeken heb ik vier troeven in hand, twee introevers op tafel, twee ruiten en een klaveren; negen slagen. De tiende kan op een aantal manieren gevonden worden: de vierde klaveren kan hoog worden, Q kan vallen, misschien een klaveren-ruitendwang. Omdat zuid geen ruiten naspeelt, taxeer ik Q bij hem; met drie of vier kleintjes was hij ongetwijfeld naar ruiten geswitcht.

In ieder geval moet ik een beetje op mijn entrees letten; als de troeven 3‑1 zitten, kan ik het me niet veroorloven nu al de laatste schoppen te troeven. Dus ik begin met een klaveren naar de vrouw: 3, 9, vrouw, aas. Terug komt ♣5. Daar ben ik niet blij mee.

Tweede analyse: rechts ♣9; dat lijkt op hoog van een driekaart. Maar als hij van J1098 heeft ingelegd, is de slag duiken niet goed, dan krijg ik een introever om mijn oren. En als de klaveren toch 3‑3 zitten, duik ik de derde en is er niets aan de hand; ik kan dan troeftrekken en alsnog mijn derde schoppen troeven voor de vierde en hoge klaveren.

Oké, ik neem ♣K – rechts de boer. Ugh. Tenzij hij J109 heeft, is die boer niet gratis; als Pazur J98 heeft, en ik had oorspronkelijk Q10x, dan ziet hij er nu echt vreselijk dom uit. Hoe zit het met de kleintjes? Links komt ♣5 na, de laagste die er nog inzit. Dat is consistent met een vierkaart; van 85 was hij de 8 nagekomen.

Ik besluit mijn kaartgevoel te geloven, en rechts te spelen op een doubleton klaveren en Q. Dus: A, K en ruiten na, die rechts inderdaad met de vrouw neemt. En dan produceert hij ♣8 – en noord bekent. Down met klaveren 3‑3, als enige in het hele veld. Die Pazur kun je om een boodschap sturen!

Het hele spel:

Het echt trieste is dat aan de meeste andere tafels het biedverloop begint met 1♣-1, zodat 4 in de andere hand zit. Bijna iedereen start met 2, die je laat doorlopen voor een pijnloze tien slagen.

1Pazur is onder meer bekend van de conventie ‘4♣ fit en sleminvite’, zoals beschreven door Marek Wójcicki in de IMP van januari–februari 2018, pagina 29; eerder was iets dergelijks (zonder de naam Pazur) al in de IMP beschreven door Sjoert Brink in 2008 en door Maarten Schollaardt in 2011 (redactie).

 

Go to top