Verdedigen in de MK

Je speelt in de Meesterklasse en raapt in de derde zitting de volgende hand op:
A V 6 2
H V 7 4 2
B 3
7 5
Allen kwetsbaar. Je partner opent op de eerste hand met 3. Rechts past, jij past en links 3SA, allen pas. De uitkomst is
H en dit zie je in dummy verschijnen:
De leider duikt de eerste slag en neemt de nagespeelde V met het aas. In dummy gaat
4 weg. Zuid incasseert nu
A,
H en
V. West bekent twee keer en gooit op de derde ruiten een klaveren af. Jij laat routinematig
2 gaan. Dan legt zuid
B op tafel. West bekent met de 9. Als je die neemt, zit je ingegooid en moet je naar
10 of
H in dummy spelen. De leider heeft dan negen slagen. Dus je duikt
B. Maar dan volgen
A en
8 en ben je alsnog de klos.
Tenzij … je onder B de 7 hebt gegooid en onder
A een plaatje. Je kunt er dan nog met
4 uit. Zuid maakt
A, 3 ruitenslagen, 3 hartenslagen en een schoppen, maar niet meer dan dat.
In de praktijk zat het spel zo:
Het naspelen van B in slag zes bleek geen succes. West kwam aan slag met
V, incasseerde zijn klaveren en speelde schoppen voor 4 down. Dit overkwam vrijwel alle leiders.
Als zuid niet B speelt maar eerst
A, moet oost weer goed opletten. Heeft hij op de derde ruiten weer
2 weggedaan (
2 lijkt beter) dan moet hij onder
A niet bekennen met de 4, want dan gaat het
B (die oost moet duiken) en
8 na.