Slavenburg en Kreijns pakken op 16 mei 1966 de eerste wereldtitel voor Nederland
PETER ALLEBLAS
‘Als Bob aan tafel kwam, stond hij al met 2-0 voor’
Sinds de oprichting van de bridgebond in 1930 stond het Hollandse bridge er decennialang wat flauwtjes op. Op drie keer zilver en drie keer brons bij het EK viertallen na kon Nederland maar niet het niveau van de internationale top aantikken. Totdat twee natuurtalenten uit het Rotterdamse elkaar vonden. Bob Slavenburg en Hans Kreijns regen in de jaren 60 de successen aaneen, met als hoogtepunt winst in het WK paren. Het was de allereerste wereldtitel voor Nederland.
Hanneke Kreijns is 6 jaar als ze op maandag 16 mei 1966 om 23.00 uur wakker schiet. ,,Ik weet nog dat ik een slechte slaper was. De tv stond aan, ik liep naar beneden en hoorde op het nieuws dat Slavenburg en Kreijns wereldkampioen waren geworden. Maar hoe of wat, dat wist ik allemaal nog niet”, vertelt de dochter van Hans Kreijns zestig jaar na deze gedenkwaardige dag.
Wanneer in de Amsterdamse RAI op die dag om 11.00 uur de laatste 28 spellen van de finale zullen worden gespeeld, zet lang niet iedereen al zijn geld op Slavenburg en Kreijns. Want, zo schrijft Wim Leurs in het juninummer van het bondsblad Bridge: ‘Ze zijn er immers vrijwel allemaal, de grote namen uit de bridgewereld, de mannen die van bridge praktisch hun beroep hadden gemaakt’.
Met die grote namen refereert Leurs aan onder anderen de Italiaan Benito Garozzo, de Fransen Pierre Ghestem en Claude Delmouly, de Engelsen Jonathan Cansino en John Collins en de twee Amerikaanse paren Philip Feldesman-Ira Rubin en John Fisher-Jim Jacoby. Ze worden stuk voor stuk als gegadigde voor de hoofdprijs gezien. Leurs: ‘Wat moesten de Nederlandse amateurs daar nu tegenoverstellen?’
Wil je weten hoe dit verhaal verder gaat? Nog even geduld, want in IMP 5, het extra dikke zomernummer, is het hele artikel van Peter Alleblas te lezen. Heb je nog geen abonnement? Ga snel naar https://www.imp-bridge.nl/abonneren/.
ik ben benieuwd naar de rest!