Down in 4 schoppen, aan andere tafel 6 schoppen gemaakt!
Jaren geleden ging Dennis Ottevanger down in 4 terwijl er aan een andere tafel 6
was geboden en gemaakt. “Tja”, zei Dennis “als ik in 6
zou zitten, had ik dat ook gemaakt.” Het spel is helaas verloren gegaan, maar zijn analyse bleek volgens insiders te kloppen.
Doet me denken aan het slem van Piet Jansen uit de IMP van november 1996. Het was het allerlaatste spel uit de finale van Interpolis:


Jan Westerhof vertelt: ” Het spel werd aan 32 tafels gespeeld en aan 25 tafels was het eindcontract 4. Dertien leiders maakten dat contract precies, twee keer werd er een overslag gehaald en tien leiders gingen down. Aan zes andere tafels gingen OW down in een schoppencontract. Wij hadden er nogal hard aan getrokken en het bereikte eindcontract van 6
is veel te hoog. Zelfs met open kaarten lijkt het, na schoppenstart, een hopeloos contract. De lezer wordt uitgenodigd het als double-dummyprobleem eens op te lossen na de uitkomst van
A. Met heen- en weer aftroeven kom je niet verder dan tien slagen.
Piet Jansen verzonk na de uitkomst in een diep gepeins. Waren er überhaupt wel kansen? Na enkele minuten vond hij een schitterende oplossing. Er was slechts één bepaald zitsel waarbij het contract te maken was. En daar ging Piet dan ook regelrecht op af. De uitkomst werd getroefd met 9. De snit op
V over west lukte toen Piet een ruiten naar de tien speelde. Er werd een schoppen getroefd in zuid met
B. Piet stak over naar
H en troefde een derde schoppen in zijn hand met
V. Nu volgde de zorgvuldig bewaarde
7 en toen er in west klein werd gespeeld, sneed Piet op
10. Daarna werden met troef aas en -heer de uitstaande troeven getrokken (in zijn hand twee klaveren weg). Tot zover liep alles volgens Piets geniale plan, maar het karwei was nog lang niet geklaard. De volgende eindfiguur was ontstaan:

Noord was aan slag en moest nog vier van de vijf resterende slagen maken. Jansen speelde B, die hij overnam met
A in zijn hand. Daarna vervolgde zuid met
H waarop in de dummy
6 werd afgegooid. Oost mocht
A maken, maar had niet anders dan klaveren over. In de praktijk speelde oost
6 na waarop Piet
B legde en daarmee de twaalfde slag maakte. Ook als oost
V had nagspeeld, zou het contract gemaakt worden, omdat de leider nog een oversteek in ruiten heeft om bij zijn dan hoge
B te komen.
Er stond inmiddels een menigte kibitzers rond de tafel en toen Jansen B had gelegd werd het even stil. De toeschouwers die tijdens het spel al weddenschappen hadden afgesloten over het aantal downslagen, konden hun ogen niet geloven: het slem was gemaakt!”
