NBB-beker Twentse Ros – ‘t Onstein
De nederlaag in de eerste ronde van de NBB-beker had weinig gevolgen voor het Twentse Ros. Als beste verliezer mochten we door naar ronde twee. Het lot koppelde ons aan ’t Onstein en er werd druk op mij uitgeoefend om de Onsteiners te overreden kalm aan te doen. Een kleine nederlaag zou ons als beste verliezer zomaar in ronde drie kunnen brengen.
Nu ben ik niet zo voor achterkamertjespolitiek en met vorig seizoen in het achterhoofd waar ’t Onstein al in ronde twee naar huis moest, zag ik mogelijkheden genoeg voor ons. En garde dus!
Zes rondjes van vier spellen in drie viertallenwedstrijden brengen de beslissing. ’t Onstein neemt ras de leiding:
Z/OW
W
N
O
Z
V B
V 9 5 2
V 9 7 5 3
H 10
A 8 6 5 2
H B 4
8
V 9 6 4
9 7 4 3
10 8 3
A 6
B 8 5 3
H 10
A 7 6
H B 10 4 2
A 7 2
De meeste tafels bereiken 3SA. Zo ook in onze wedstrijd. Tim van de Paverd krijgt harten uit voor de boer, ruiten voor het aas van oost en harten voor het aas in de hand. H en
B volgen, de laatste is voor de vrouw van west.
West speelt zijn harten vrij en zuid heeft twee schoppen en een klaveren opgeruimd in de dummy. Schoppen naar de heer volgt en de leider besluit klaveren naar de dummy te spelen. Met H op zijn plek wordt
V een slag en samen met vijf rooie en drie hoge zwarte slagen is dat precies genoeg.
Aan de andere kant krijgt Erik-Jan Krijgsman ruiten uit voor het en ruiten voor de boer en de vrouw. De derde ruiten neemt hij en speelt een harten naar de boer. In wezen is dezelfde situatie ontstaan als aan de andere tafel.
Krijgsman kent de verdeling van de rode kleuren en concludeert dat oost meer ruimte heeft voor klaveren dan west. Om die reden speelt hij oost op H. De harten worden geïncasseerd en drie rondjes schoppen volgen. Oost heeft alleen nog klaveren en als daar de heer bijzit is zuid binnen. Helaas zit
H aan de korte kant en verliest zuid twee ruitens, een harten een schoppen en een klaverenslag.
De eerste vier spellen zijn voor ’t Onstein en dat geldt ook voor de volgende twee sets. Daarna roept de wedstrijdleider de tussenstand niet meer. Ze volstaat met: het Twentse Ros verzamelde 2 imps en Onstein heeft er nu 179. Iedereen begrijpt de boodschap.
In de voorlaatste ronde een kunststukje van Luc Tijssen en Guy Mendes de Léon:
O/Allen
W
N
O
Z
10 5
A V 5 3
10 6 2
10 5 4 3
H 7
–
A H V 5 3
A H V B 8 7
V B 9 8 4 2
B 10 8 6 2
B 9
–
A 6 3
H 9 7 4
8 7 4
9 6 2
Van Hoek en Simons werpen nog een barricade op met de 2 opening (zwak majors) en 2
antwoord in west, maar NZ hebben er geen last van.
Luc biedt 3 en toont beide lage kleuren. Guy geeft voorkeur voor klaveren en na 4
van noord (kort) kan zuid 4
bieden. Het controlebod kan natuurlijk van alles zijn, maar Tijssen vermoed dat na het 2
bod de tegenstanders niet tien schoppens hebben en zuid daarom geen singleton heeft.
Hij gaat uit van A bij zuid en neemt het 7
kaartje uit de biedbak.
A past perfect bij de kaart van noord en Guy heeft geen moeite alle slagen op te rapen. Ze zijn de enigen die grootslem bieden. De meesten komen tot 6
en een paar stoppen af in de manche. Een ongelukje completeert de lijst en dat is 2
gedoubleerd gemaakt in OW. De namen van de ongelukkige NZ-spelers zijn zoals met veel gevoelige documenten gebeurt zwart gemaakt.
Onstein wint, geen verrassing, met 230-91 en wij zijn zeker geen beste verliezer in deze ronde, zodat het bekeravontuur erop zit.