Europese titel blijft in zicht

Europese titel blijft in zicht

Bob Drijver (links) en Bart Nab tegen Yankos Papakyriakopoulos (links) en Aris Filios (Elisabeth van Ettinger)
Oostende (België), 13 juni 2018. Vandaag gaan we kijken bij Nederland–Griekenland in de open categorie van het Europees kampioenschap voor landenteams. Griekenland staat bij aanvang negende, vóór favorieten als Italië (gedoodverfd winnaar op Bridge Winners), Polen en Frankrijk, en is dus bepaald geen ‘zwak’ land, voor zover die er überhaupt zijn op een Europees kampioenschap. Het Nederlands open team won vanochtend van Schotland met 70–6 imps voor de volle 20 punten en stond toen weer op de eerste plaats, twee punten vóór Noorwegen en tien vóór Rusland.

Noord wil met zijn hand wel 4 spelen, maar is het verstandig daarmee te openen, of is de hand daarvoor ‘te sterk’ en reserveren we de opening van vier hoog liever voor een ‘zuivere’ preëmpt als KQJ‑achtste en op? Voordeel van op van alles vier hoog openen: het maakt het de tegenpartij moeilijk en regelmatig té moeilijk; nadeel: het dreigt partner in een positie te brengen van ‘het altijd fout doen’ met al dan niet een slempoging of strafdoublet. In de Nederlandse top is veel steun voor vierhoogopeningen met een wijde range en dat zien we Simon de Wijs hier in praktijk brengen. Niemand heeft er iets aan toe te voegen en na een voor de Grieken wat ongelukkige start met klaveren maakt hij plus twee.

Aan de andere tafel opent Yankos Papakyriakopoulos – die een mondje Nederlands spreekt, zo meldt de BBO-operator – ‘gewoon’ (?) 1, waarna de Grieken eindigen in een slem op de snit van troefheer, die na ruitenstart mis blijkt te zitten: een ietwat gelukkige maar welkome 13 imps voor Nederland. In de zaal is slechts vijfmaal met de manche volstaan, 27 maal is 6 geboden, wat viermaal maakt na klaverenstart en 23 maal een down gaat. Wie zei er iets over al dan niet slem op een snit bieden?

Zoals we boven al zagen preëmpten Nederlanders liever en meer dan de meesten van hun tegenstanders, maar deze 3 van Muller doet niet al te bijzonder aan. Het houdt echter NZ wel uit hun klaverenfit. 4♠ is in de zaal tweemaal down gegaan na start van A, maar De Wijs kiest voor 10 en het wordt met een overslag gemaakt.

Aan de andere tafel kiest Filios voor een wat lichte 2 in plaats van een preëmpt en vinden NZ hun klaveren wel. Drijver start A, wat op het oog ongelukkig uitziet, maar 5♣ wordt altijd gemaakt door de rondzittende ruiten vrij te troeven. Aldus loopt Nederland aan tegen zowat dé viertallenhorror, een dubbele manche tegen en 16 imps voor de Grieken. Nederland verliest de wedstrijd met 37–43 imps en houdt aan de wedstrijd 8,24 punten over, maar behoudt nog wel de koppositie en uitzicht op de Europese titel.

Minder goed vergaat het de vrouwen en de senioren. Die komen allebei uit tegen Polen, houden aan die wedstrijden slechts respectievelijk 2,28 en 1,03 punten over, en staan dan respectievelijk 14 en 10 punten achter op de achtste plaats, de laagste die recht geeft op kwalificatie. Vanavond spelen alle teams nog een wedstrijd.

Go to top